Van de karakteristieke wijnen uit Portugal tot de uitmuntende Vintage Port

In Portugal is sinds het begin van de twintigste eeuw drukdoende een gedegen wijnwetgeving op te bouwen. Vooralsnog lukt dat best. Gecontroleerde herkomstbenamingen beperkt zich tot zo’n twintig procent van de wijngaarden, het zijn die van Bucelas, Carcavelos, Colares, Dao, Douro, Setubal en Vinho Verde. Deze gebieden noemt men de Regiaos demarca-das. Daarenboven worden de flessen gesierd met plaatselijke labels, zoals de Selo de Origem of de Selo de Garantia. Het uitverkoren wijnland van Portugal ligt noordelijk en omhelst de Minho en de Douro. De gerenommeerde portwijnen uit de streek Douro hebben een apart hoofdstuk gekregen.

Minho, oftwel Vinho Verde
Minho is feitelijk bekender onder zijn wijnnaam Vinho Verde. Dit gebied van welig groen en klaterende beekjes wordt begrensd door twee rivieren, de Minho in het noorden en slingerende Douro in het zuiden. De Minho heeft een groen landschap. Dat wil dus zeggen dat er genoeg vocht uit de lucht valt…Er groeien tal van groenten, planten en bomen. Opvallend is de groei van de druivenstok, die nu eens vele meters omhoog in een boom groeit, dan weer langs een stenen muur zijwaarts kruipt of zich door een groentetuin wringt. De ‘hoge’ groei vertraagt mogelijk het rijpingsproces van de druif, boven is het een tikje kouder en er is minder warmteterugslag van de bodem. Het oogsten vergt wat van de plukkers, die met enorme ladders de trossen uit de bomen moeten halen. Toch ontleent Vinho Verde zijn naam niet aan het groene landschap, evenmin aan de wijn zijn groenige tint. Witte Vinho Verde is een zeer lichte wijn van amper negen procent alcohol. Komt héél fris over door een krachtig zuur en heeft een plezierige prik, of mousse. Jong drinken is een must. De donkerrode Vinho Verdes worden ter plekke gedronken en wel vrieskoud. Hij mag gerust wat jaartjes oud worden. Daardoor zullen de scherpe kantjes verdwijnen. Hij heeft echter niet de frisheid die zijn witte naamgenoot zo kenmerkt.

Omgeven door de mooie wijngaarden ligt op het plateau, even noordelijk van de Douro, de oude stad Vila Real. Dit is het hoofdkwartier van de Mateus, die zijn rosé tot ‘s lands belangrijkste deviezenhandel maakte. Het geheim van Portugese rosé zit ‘m in het gebruik van druiven met een lichtrood gekleurd sap, dat de wijn z’n roze tint geeft. De schillen gisten dus niet mee. De roséwijnen uit het Portugese land hebben een zacht zoetje in de smaak, waardoor ze zeer geliefd zijn. Tot groot ongenoegen van de Frankenlanders in Duitsland, gebruikt Mateus hun opvallende flesvorm, de Rocksbeutel. Fonseca bottelt zijn rosé Faisca en zijn Lancers in een kruikjesfles.

Dao, Bucelas, Colares en Carcavelos
Tussen Porto en Lissabon, langs de stroom Dao, ligt het gelijknamige wijnbouwgebied dat alweer zeventig jaar een beschermde herkomstbenaming heeft. Het strenge toezicht op de kwaliteit ligt in handen van de plaatselijke wijnfederatie, die alles goed in de gaten houden en het certificaat van origine afgeven. De wijngaarden liggen wijd verspreid, met Viseu als middelpunt. Een witte Dao – vinho branco – heeft een leuke kleur, is droog, rijk aan alcohol en fris, maar mist iets om ooit een kassucces te worden. De rode Dao – vinho tinto – heeft meer om het lijf en behoort tot de beste van Portugal. De wijn heeft een verfijnd aroma en een fluwelige smaak, die steeds de granieten bodem verraadt. Ze rijpen op eikenhouten vaten en je kan ze makkelijk een paar jaar bewaren. Ze zullen nog beter worden ook.

Ook de wijnen van Bucelas hebben recht op een beschermde herkomstbenaming. Van de Arintodruif maakt men een frisdroge wijn met een stevig alcoholgehalte. Lichtgekoeld drinken is het advies.

In Colares, nabij Cabo da Roca, worden de wijnstokken door rieten schuttingen beschermd tegen de ruige en zoute zeewind. Wie hier nog wijn verbouwt dwingt respect af. Direct aan zee zijn de druivenstokken, als bescherming tegen het zeegeweld, diep ingegraven in de zanderige bodem. Vooral de rode wijnen zijn zeer de moeite waard. Ze zijn diepkleurig en krachtig van smaak, met een levendig en boeiend parfum. Ook deze wijn verdient wat rijpingsjaartjes. De granaatrode kleur verkleurt dan in een bruine glans.

Het zonnige zuiden
Bijna onder Lissabon weggeborgen ligt de wettelijk omschreven zone Setubal. Moscatel de Setubal is een goudeerlijke dessertwijn die zich niet bij de neus laat nemen. Een wijder spreidende geurigheid treft men in druivenland niet aan. Om de prille wijn de intense geur van vers fruit mee te geven, wordt een portie muscatelschillen aan de rijpende wijn toegevoegd. Deze wonderschone dessertwijn, destijds door Senhor da Fonseca gecreëerd, gaat er flink op vooruit naar mate hij ouder wordt. In de Algarve ligt tot slot nog het allerzuidelijkste wijngebiedje van Portugal, dat Lagoa heet. Er wordt droge, niet al te zware rode wijn gemaakt die door dorstige zonaanbidders gretig wordt gedronken. De witte Lagoa heeft een stevige body met flink wat alcohol en is beendroog.

Port
De wijnterrassen van het portdistrict zijn gelegen achter de Noord-Portugese havenstad Porto in de Dourovallei. Het is vooral in de bovenloop van de Douro waar, in een onherbergzaam land, de quinta’s (de wijnboerderijen) liggen. In de bloedhete julidagen heerst hier een eindeloze stilte. Iedereen lijkt de streek achtergelaten te hebben in verband met de ziedende hitte. Echter hoe heter de vallei wordt, des te weelderiger zullen de wijnen zijn die straks in fusten de rivier worden afgevoerd naar hun rustplaats. Voltrekt zich het huwelijk tussen piepjonge wijn en wijnalcohol nog in de vallei, in het vroege voorjaar gaat de juist geboren port van de laatste oogst naar de koele kelders van de shippers in Vila Nova da Gaia, de stad die tegenover Porto ligt aan de andere zijde van de Douro. Daar hebben de porthandelaren hun port-lodges waar keurig in rijen de houten fusten liggen, die “portpijpen” worden genoemd en ieder 475 liter portwijn bergen.

Versterkt
Er is geen enkele druivensoort die direct port geeft. Port is een versterkte wijn waaraan alcohol is toegevoegd. De gistcellen stoppen hierdoor met gisten. Nu heeft de wijn een uitzonderlijk hoog alcoholgehalte, veel hoger dan een wijn van nature ooit kan halen. Het verplichte minimum alcoholpercentage van port is in Portugal vastgesteld op twintig procent. In Nederland zie je ook wel portwijnen van negentien procent. Naast veel alcohol blijft in de wijn bovendien onvergiste druivensuikers achter. Daardoor wordt de smaak van port zoet. Afhankelijk van het ogenblik waarop men de gisting stopt, zal de wijn in zijn eindfase meer of minder zoet zijn. Dan volgt de zo belangrijke rustpause waarin wijn en alcohol samengaan tot een volmaakte eenheid is bereikt. Veelal voltrekt zich dit porthuwelijk op eikenhouten fusten.

Vintage port spant de kroon
Hoewel praktisch elke fles port een blending van verschillende jaren en kwaliteiten bevat is één port onvermengd en dat is de Vintage port. Deze wordt uitsluitend gemaakt van de oogst van één buitengewone jaargang, hetgeen ruwweg eens in de vijf jaar voorkomt. Tegenwoordig zie je dat een Vintagejaar vaker wordt gedeclareerd. De vintages worden reeds twee a drie jaar na de oogst op de fles gebracht, waarna een aanmerkelijk langere rijpingstijd volgt. De vintage is zeer rijk aan bezinksel (depot) en zal daarom steeds in een karaf moeten worden over- geschonken (decanteren). Deze port moet minstens tien jaar oud zijn om gedronken te worden, meestal echter is hij pas prachtig uitgerijpt als hij twintig jaar oud is. Drink hem daarom niet te jong. Een vintageport kan mooi ouderen. Een vintageport uit een fantastisch jaar zoals 1963 is vandaag de dag nog heel goed te drinken.

Alle andere portwijnen
Rode port kleurt met de jaren lichter, terwijl witte port juist donkerder wordt. Dit wordt veroorzaakt door het oxidatieproces. Dit is dan ook de reden waarom port in fusten sterker verkleurt dan port op fles. In principe is port een mengwijn, die wordt samengesteld uit andersoortige wijnen van verschillende kwaliteiten, andere wijngaarden en niet gelijke oogstjaren. De port-maker zoekt naar een blending die een steeds gelijkblijvende wijn oplevert. Ruby is het eenvoudige type port, met een purperrode kleur en tamelijk zoet van smaak. Tawny port is de gerijpte Ruby, die na vele jaren lichter van kleur is geworden en veel zoetigheid heeft afgebouwd. Mooie, belegen Tawny ports worden weelderige portwijnen, die een onuitwisbare indruk achterlaten. Er zijn Tawny Ports van tien, twintig, dertig en veertig jaar oud.

Bij het zoete eind
Port wordt vooral gedronken bij een nagerecht, zoals een kaasplankje of zachte cake. Echter, ook gewoon is een port niet te versmaden. Geef de port wel de ruimte die het verdient. Een jonge port zeker een paar uur van tevoren decanteren.